Umbrië
dag 4
Omdat het onze eerste eigenlijke dag was op de plaats van
bestemming, besloten we om het nog maar rustig aan te doen. We daalden de berg
af op weg naar Città di Castello. Een ritje van een half uur. We besloten
daarom tegelijk ook maar om eens in de 2 dagen boodschappen te gaan doen.
Het aristocratisch en elegant ogende Città di Castello is het
belangrijkste centrum van het heuvelachtige Alta Valle del Tevere in de smalle
noordelijke punt van Umbrië. Van oorsprong een nederzetting van de Umbriërs,
kreeg de stad in de Romeinse tijd de naam "Tifernum Tiberinum". Na de
Romeinse tijd raakte de plaats in verval om pas weer in de middeleeuwen enige
betekenis te krijgen onder de naam "Civitas Castelli". als commune
werd de stad vanaf de 12e eeuw afwisselend overheerst door de paus, Perugia en
Florence. In de 15e eeuw greep de familie Vitelli er de macht. Onder hun
vleugels beleefde de stad in de 15e/16e eeuw zijn grootste culturele bloei.
Tijdens WOII brachten bombardementen de stad aanzienlijke schade toe.
In de reisgidsen zul je prachtige verhalen over de stad
tegenkomen en ook dat er bijzondere dingen te zien zijn. Wij vonden dit al
meteen tegenvallen. De Duomo is niet meer dan aardig, niet spectaculair.
Wel is er een pinacoteca (schilderijenverzameling) die de op een na belangrijkste
in Umbrië is. In tegenstelling tot verleden jaar, zijn wij behalve voor de
boodschappen, niet meer in het centrum van de stad geweest.
Het kleine dorpje bij ons, Monte S. Maria Tiberina, is daartegen
wel leuk om de zien en er om rond te lopen. Bij mooi weer zie je vanaf het
terras van het plaatselijke restaurant annex bar/alimentari de meest mooie
vergezichten en zonsondergangen. Wij hebben daar dan ook meerdere malen van de
wijn en de Italiaanse keuken genoten.

Wij waren weer terug op een redelijk tijdstip,
zodat Steven zoals gebruikelijk deze vakantie, maar weer eens besloot om te
pogen zijn vader te verzuipen in het zwembad. De blauwe plekken op mijn schenen
zijn nog aanwezig.
dag 5
's Ochtends werden wij wakker met een vreemde aanblik. In plaats
van stralende zonneschijn was het bewolkt en het zag er naar uit dat het ging
regenen. Deze gedachte bleek juist te zijn, want vlak daarna begon het te
regenen. Ondanks de regen besloten we toch naar Gubbio te gaan in de hoop
dat het daar wel mooi weer zou zijn. Op weg ernaar toe leek dat niet zo te
zijn. Het hoosde! Toch bleek bij aankomst in Gubbio het weer op te gaan klaren
en uiteindelijk werd het toch weer mooi en warm weer.
Gubbio is een stadje dat wel iets heeft, vooral door de
wijze waarop de middeleeuwse sfeer en traditie in ere worden gehouden. Niet alleen
in de straten en op de pleinen, maar ook in jaarlijks terugkerende evenementen
als de Corsa dei Ceri, ter ere van Ubaldus de patroonheilige van de stad, of de
Palio della Balestra, het kruisboogschieten tussen schutters uit Gubbio en die
van Sansepolcro.
Gubbio behoort in Umbrië tot de plaatsen die hun
middeleeuwse uiterlijk het beste bewaard hebben. Gebouwd op een aantal terrassen
tegen de Monte Ingino gaat de indeling met zijn 3 boven elkaar liggende,
parallel aan elkaar lopende hoofdstraten, terug tot de Romeinse tijd. De
grootste bloeiperiode beleefde Gubbio tussen de 11e en 14e
eeuw. De stad werd in die tijd bestuurd door bisschoppen. Franciscus van Assisi
leefde lange tijd hier en zou er een wolf hebben getemd die de streek
terroriseerde. Na het roofdier te hebben toegesproken, vergreep het zich niet
meer aan lammetjes en kindertjes, maar nam het genoegen met de etensresten die
op straat lagen. Tot 1624 behoorde Gubbio toe aan het hertogdom Urbino en daarna
viel het toe aan de Kerkelijke Staat.
Aangezien de parkeerplaats bij het Teatro Romano gelegen
was, besloten wij deze maar als eerste te gaan bezoeken. Het is in de 1e
eeuw gebouwd en is in Umbrië het grootste en best bewaarde uit de Romeinse
tijd.

Via allerlei kleine straatjes en de brug over de
(leegstaande) rivier kwamen bij de Piazza della Signoria, die als het ware een
groot balkon vormt dat uitkijkt over het lager gelegen gedeelte van de stad en
het groene, licht glooiende landschap eromheen. De zon maakte toen direct
aanstalten om goed door te breken. Aan deze piazza ligt het Palazzo dei Consoli
en is gebouwd in de 14e eeuw en is één van de fraaiste raadhuizen
van Italië. De uitbouw aan de linkerkant met zijn loggia op de bovenverdieping
en de slanke toren geven het gebouw iets sierlijks, evenals de monumentale
buitentrap tegen de façade. De treden leiden naar een gotisch portaal dat wordt
geflankeerd door tweelingvensters. Het Palazzo doet dienst als museum en
pinacotheek. Natuurlijk was het gesloten toen wij kwamen.
Natuurlijk gingen we ook naar de Duomo. De dom met zijn
sobere façade dateert uit de 13e eeuw. In het interieur dat bestaat
uit één breed schip, ondersteunen 10 spitsbogen het dak. De kerk bevat een
verzameling schilderstukken van hoofdzakelijk 16e eeuwse meesters uit
Umbrië en de Marche. Het bijbehorende dommuseum hebben we niet gezien, maar daar
moeten ook mooie dingen te zien zijn.

Tegenover de dom ligt het Palazzo Ducale. Dit is een 15e
eeuws paleis en een zeer fraai en interessant voorbeeld van
renaissance-architectuur. Het paleis hebben we vanwege de belachelijke
entreeprijs maar niet verder bezocht. Daarna zijn we via leuke en kleine
achterafstraatjes gegaan naar San Domenico. Deze 14e eeuwse kerk met
haar ruwe façade herbergt in het interieur enkel kapellen met 15e
eeuwse fresco’s van lokale schilders. In het koor staat de Leggio di Terzuola,
een lessenaar met prachtig houtinlegwerk. De San Francesco was het laatste wat
we wilden gaan bezichtigen maar helaas was de kerk, zelfs in het jubeljaar,
gesloten. Ter compensatie zijn we toen maar een uitgebreid Italiaans ijsje gaan
eten.