Umbrië
Zoals jullie van ons gewend zijn beginnen we eerst met een
korte schets van Umbrië.
Een korte schets
In Umbrië is het niet moeilijk om verliefd te worden. Verliefd
op het glooiende landschap met zijn lappendeken van ontelbare tinten groen. Op
de olijfbomen met hun zilveren bladeren die tegen de hellingen zijn geplant. En
op stadjes en dorpen die de heuvelruggen grijsbruin kleuren en waar de tijd
sinds de middeleeuwen lijkt te hebben stilgestaan (behalve dat je overspoeld
wordt door toeristen <beg>)
Hoewel op het eerste gezicht soms wat streng en afwijzend,
zullen de stadjes en dorpjes de harten veroveren als je eenmaal binnen de muren
hebt rondgewandeld. Ook aan natuurschoon heeft Umbrië veel te bieden: meren,
de grootste waterval van Italië en de bergwereld van de Monte Sibillini, één
van de ruigste gedeelten van de Apennijnen. Een 4x4 wordt dan ook echt
aangeraden en wij spreken uit ervaring (slik!).
Landschappelijk zijn het de uitlopers van de Apennijnen en de
Tiber, die Umbrië doorstroomt op weg naar Rome, die het heuvelachtige gezicht
van het gewest bepalen. Eeuwen geleden was de rivier de grens tussen het
gebied van de Etrusken en dat van de Umbriërs. De Etruskisch-Romeinse periode
en de Middeleeuwen vormen de hoogtepunten uit de geschiedenis van Umbrië. De
steden bloeiden en groeiden in de middeleeuwen niet zelden uit tot ware
vorstendommen, die heel het omliggende gebied regeerden. Uiteindelijk kwam
Umbrië in de 16e eeuw onder de heerschappij van de Kerkelijke Staat. Sindsdien
was het eeuwenlang een verstilde, in zichzelf gekeerde streek, die pas aan het
eind van de 19e eeuw ontwaakte toen de industrialisatie haar intrede deed en de
steden begonnen te groeien. Dat neemt niet weg dat Umbrië zijn landelijke
karakter heeft behouden. Het is een paradijs voor mensen die van rust en
wandelen houden. En voor de cultuurliefhebbers: de steden hebben veel moois te
bieden. Tot de bekendste behoren Perugia, Assisi en meer naar het zuiden gelegen
Orvieto, waar een van de mooiste gotische kathedralen van Italië staat. De
aardbeving van september 1977 heeft onnoemlijk veel schade aangericht, en dat
niet alleen in Assisi, de zwaarst getroffen stad.
Uit de prehistorie zijn belangrijke vondsten te zien in het
archeologische museum van Perugia, zoals de Venus van Trasimeno en het graf van
Poggio Aquilino. Omstreeks 1000 v.C. immigreerden de Umbriërs. Hun gebied werd
spoedig onder druk van de Sabijnen, Etrusken en Galliërs verkleind, tot het door de Etrusken
werd ingelijfd. Op de 7 bronzen platen uit de 3e eeuw v.C. de
Tavolo Eugubine (tafels van Gubbio)worden ceremoniën beschreven, half in
het Etruskisch en half in het Latijn. In Perugia zijn ondergrondse
grafkamers, de Volumni, gevonden.
Na de slag bij Sentino (295 v.C.) werd Umbrië bij Rome gevoegd,
hetgeen een periode van verval inluidde. Aan de Via Flaminia, van Rome door
Umbrië naar de Adriatische Zee, bouwden de Romeinen versterkingen.
Uit de Romeinse tijd zijn talrijke resten van aquaducten,
tempels, amfitheaters, badhuizen en villa's overgebleven. Het christendom vond
hier een vruchtbare voedingsbodem. Al in de 6e eeuw werden kerken en kloosters
gebouwd, die centra van cultuur werden. Oudchristelijke gebouwen zijn de
Sant'Angelo in Perugia de abdij van San Pietro in Valle bij Ferentillo en de
Sant'Eufemia in Spello.
Umbrië had veel te lijden onder de strijd tussen de Byzantijnen
en de 'barbaarse' invallers. In 552 werd Umbrië weer Byzantijns, na de
nederlaag van de Goten. Na nieuwe invasies werd het gebied echter door de Longobarden
ingelijfd. Dezen stichtten het hertogdom Spoleto. Door donaties van Pepijn de
Korte en Karel de Grote werd Umbrië bezit van de kerk van Rome.
In de 11e eeuw kregen de meeste steden een grote autonomie als 'comune'
stadstaat. De welvaart steeg, maar veel onrust ontstond nog door de strijd
tussen de Welfen (pausgezinden) en Ghibelijnen (keizergezinden). In de 12e en
13e eeuw werden veel Romaanse kerken gesticht, zoals de dom van Spoleto en die
van Assisi. Door de communes was Umbrië staatkundig verbrokkeld, maar een
zekere eenheid ontstond door religieuze stromingen. Reeds in de 6e eeuw
fungeerden de benedictijner kloosters als cultuurcentra en in de 13e eeuw werd Umbrië
het middelpunt van de prediking van Franciscus van Assisi en Clara. De gotische
basiliek San Francesco in Assisi, aanvang bouw 1228, geeft een prachtig
overzicht van de schilderkunst van de 13e en 14e eeuw. De dom van Orvieto is een
van de mooiste van Italië.
Behalve door de kloosters werd de cultuur ook bevorderd door de
universiteit van Perugia en door de schilderschool van Umbrië, met grote
kunstenaars als Perugino en Pinturicchio. De bekendste leerling van Perugino was
Rafaël.
Burgerlijk gotische gebouwen zijn het Palazzo dei Priori van
Perugia, het Palazzo dei Consoli van Gubbio en de Palazzi dei Popolo van Orvieto, Todi en Città di
Castello. Er zijn niet veel gebouwen uit de
renaissance; een prachtig gebouw uit die tijd is het Oratorio San Bernardino in
Perugia. Er werkten ook Toscaanse kunstenaars in Umbrië.
Onze verblijfplaats ligt in het noorden van Umbrië, zodanig dat
we ook in de gelegenheid waren om af en toe uitstapjes naar Toscane te maken.
Aangezien Jennine onze plannenmaker is, maakten wij van deze gelegenheid af en toe
ook gebruik. In de tekst zal dat ook worden aangegeven.
Onze vakantie.
dag 1:
Omdat
Omdat de reis dit jaar ook zo voorspoedig liep hebben we dit
jaar ook weer overnacht
in Lodi (na Milaan).
dag
2:

De reis naar onze eindbestemming Monte Santa Maria Tiberina
verliep niet zo voorspoedig als onze eerste dag. We kregen file na file te
verwerken. Van voor Modena tot na Bologna was het eigenlijk file rijden en
we zagen het ene na het ander ongeluk. Dat de Italianen niet kunnen autorijden
wisten we al, maar zo slecht hadden we toen nog niet verwacht. Aangezien
Jennine de verblijfsadressen uitzoekt, komen we altijd terecht op de meest
prachtige stekjes. De foto's boven geven het uitzicht aan, dat we dit jaar te zien
kregen, zittend op een stoel buiten het huisje. De route- beschrijving die we
kregen klopte niet echt, maar na wat zoek en speurwerk kwamen we op tijd aan,
zodat we na het uitladen en inrichten van het huisje nog een duik konden nemen
in het zwembad.
dag 3:
's
Ochtends wakker worden met de zon schijnend, 28°C, de cicaden volop
aan het knerpen en maar een dagje genieten van de directe omgeving met wat pain,
vin en boursin. Oh nee, dat is Frans!, moet zijn pane, vino en gorgonzola.
<g>. Ook laat de fauna zich veel zien. Op het laatst kwam het beestje
bijna uit onze hand eten.
volgende
dag
home
